Telex
Over ouderen en cultuurparticipatie
Vanwege hun (doorgaans) toegenomen vrije tijd vormen ouderen een (leeftijds)groep die massaal aan cultuur kan deelnemen. Maar doen ze dat ook? Er bestaan in Vlaanderen slechts weinig gegevens die inzicht verschaffen in de mate van cultuurparticipatie door 60-plussers.
Om deze leemte in te vullen, organiseerden onderzoekers verbonden aan de Vakgroep Educatiewetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en aan de Hogeschool Gent een grootschalig behoefteonderzoek bij niet minder dan 44.000 ouderen.
De resultaten van het onderzoek verschenen zopas in de publicatie ‘Klaar? Actie! Over ouderen en cultuurparticipatie’ bij uitgeverij Vanden Broele.
Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de 60-plussers aan cultuur participeert. Van die helft participeren zes op tien ouderen meer dan drie keer per jaar aan een activiteit. Van de personen onder de zestig neemt 75 procent deel aan cultuur. De helft van de senioren participeert dus niet. De voornaamste reden blijkt een gebrek aan interesse (68 procent). Daarnaast spelen de kostprijs (24,3 procent), het tijdstip (21,9 procent) en de afstand (20,6 procent) een grote rol.
‘Ouderen zijn niet minder culturele omnivoren dan andere leeftijdsgroepen’, verklaarde Prof. Dr. Dominique Verté (VUB) in De Standaard van 23/02. “Het cliché dat we meer Helmut Lotti moeten programmeren om ouderen te bereiken, gaat dus niet op. Zij willen net meer deel krijgen aan het reguliere aanbod voor iedereen. We moeten ze daarin serieuzer nemen.’
Tijdens een studienamiddag op 22 februari werden de bevindingen uit de doeken gedaan en was er plaats voor enkele reflecties. Ook minister Schauvliege nam het woord en linkte het onderzoek aan het Vlaams participatiebeleid: “Mijn beleidsnota Cultuur voorziet dat we de effecten van het Participatiedecreet zullen bekijken. De impact op de participatie van minder kansrijke ouderen zal daar een specifiek aandachtspunt zijn.”
De minister verwees ook naar inspanningen die een aantal cultuurcentra reeds leveren: “Om drempels van plaats en tijd te verlagen wordt terecht gepleit om met het aanbod meer naar de ouderen toe te gaan en de buurt te beschouwen als een sociale ruimte waarin men (optimaal) tegemoet kan komen aan de node van de bewoners. Heel wat cultuurcentra spelen hier op in door één of twee keer per jaar een aangepaste voorstelling te houden op een weekdag in de namiddag en tegen democratische ticketprijzen.”
Tot slot formuleerden de onderzoekers ook bevindingen en aanbevelingen m.b.t. het lokale verenigingsleven en de lokale cultuurraad. Het gaat de onderzoekers immers niet alleen om het ‘consumeren’ van cultuur, maar ook om ‘actieve’ cultuurparticipatie.
Dit onderzoek kan inspirerend zijn voor cultuurcentra en gemeenschapscentra in hun werking naar ouderen toe. In dat verband brengen we zelf graag de projecten van gemeenschapscentra (in het kader van het participatiedecreet) in beeld: heel wat van deze projecten richten zich naar ouderen, naast maar vaak ook in combinatie met andere ‘doelgroepen’, bvb. kinderen. Op het terrein probeert men dus al intergenerationele activiteiten uit te werken. Dit soort initiatieven zichtbaar maken en expertise uitwisselen kan inspirerend werken.
Links
De volledige toespraak van minister Schauvliege (pdf)
http://www.jokeschauvliege.be/upload/toespraken/ouderen_en_cultuurparticipatie.pdf
Meer over de publicatie “Klaar? Actie! Over ouderen en cultuurparticipatie”:
http://www.uitgeverij.vandenbroele.be/fondscatalogus/365.aspx?pageID=20050609124856Z
Projecten gemeenschapscentra:
http://www.sociaalcultureel.be/volwassenen/aanbodkansgemeenschap.aspx
Geschreven door Evi Gillard op thursday 25 february '10